Michèle Cuvelier: “Ik vind dat mijn generatie er soms niet genoeg in gelooft dat we de wereld kunnen veranderen”

9 augustus 2020
© Radio1
'Max, Mischa & het Tet-offensief' van Johan Harstad verscheen een drietal jaar geleden in het Nederlands, maar het blijft verkopen en mensen bekoren. Wim Opbrouck is fan van het eerste uur: “Het boek werd mij aangeraden omdat er jazzmuzikanten in voorkomen, maar het is een meesterwerk. Een meesterwerk in de hedendaagse literatuur." Ook Michèle Cuvelier heeft het boek verslonden. Dat het boek 1230 bladzijden telt, vond ze geen opgave.

'Max, Mischa & het Tet-offensief' telt 1230 bladzijden. Dat is niets niks. “Maar dat moet. Ik ben een gulzige lezer, kijker en luisteraar. Ik heb iets nodig waar ik diep mijn tanden in kan zeten. En dat het niet meteen stopt. Dus dit is geen opgave voor mij” zegt Michèle Cuvelier in 'Zomerhuis met boeken'.

“Het is ook te zien welk boek het is”, vult Wim Opbrouck aan. “Hier moest ik me ook niet door worstelen, met andere boeken heb ik dat wel al gehad. Het komt misschien doordat ik me in dit boek meteen herkende. Het boek is echt op mijn lijf geschreven. Het is ook een verslavend boek. Je wordt er echt in meegezogen.”

Zou het bondiger kunnen? “Neen”, zegt Cuvelier. “Het zit hem net in die uitgestrektheid. Op zich gebeurt er niet veel meer dan gewoon ‘het leven’, maar je hebt net dat leven in z’n uitgestrektheid nodig.”

Zielsverwanten

In het boek emigreert het hoofdpersonage Max van Noorwegen naar Amerika. Hij heeft daar nooit volledig zijn plaats gevonden. Cuvelier verhuisde van Ardooie in West-Vlaanderen eerst naar Antwerpen en woont nu in Brussel. Zo zou ze zich ook een beetje ontheemd kunnen voelen. “Je weet niet precies waar je bent op een bepaalde manier. Zelfs op vlak van taal, ik weet niet voor 100% wat mijn moedertaal nu precies is. Dit boek bijvoorbeeld neem ik in deze taal op, maar als ik bij mijn grootouders ben, spreek ik West-Vlaams en in Brussel spreek ik dan weer Frans. Dus je valt zo ergens tussen bepaalde plooien, maar dat is ook niet erg”, benadrukt Cuvelier.

Je hoopt altijd in je nieuwe omgeving gelijkgestemden te vinden. “In het boek vindt Max snel aansluiting met zielsverwanten in Amerika en dat is mooi om te zien”, zegt Opbrouck. “Bij mij was dat pas bij mijn vertrek uit West-Vlaanderen”, valt Cuvelier in. “Dus in die zin mag Max zijn pollekes kussen dat hij zowel in Noorwegen als in Amerika zielsverwanten gevonden heeft.”

Mestgeur

Cuvelier had een hele grote behoefde om uit Ardooie te vertrekken. “Ik ga niks slechts zeggen over Ardooie. Ik hou van de geur van mest, ik vind dat zalig. Maar het was voor mij duidelijk dat dat niet genoeg was. Ik was heel hard aan het aftellen.”

En dat gevoel vond Cuvelier ook terug in het boek. Ze las deze passage voor in ‘Zomerhuis met boeken’:

De voorsteden behoren toe aan de kinderen, zei iemand. En aan de jongeren.
Zij zijn het die over de voorsteden regeren en die die diep trieste wijken, industrieterreinen en saaie middenklassestraten veranderen in een chaos van dramatiek en waanzinnige verliefdheden die zich te voet of op de fiets afspelen.
Maar er wordt in de voorsteden vooral gewacht. Terwijl het leven in de steden uit leven bestaat, is het leven in de voorsteden met name plannen maken.
Wachten tot er iets gebeurt, tot de dingen op een gegeven moment in gang worden gezet.
We hebben het gevoel dat we op een drempel staan van iets belangrijks en dat ons leven zich voor ons zal ontvouwen. Groter, wilder, levendiger en kleurrijker zal worden.
We wachten. Fietsen almaar rond in die voorsteden. In een cirkel van licht, van onze dynamiek.

“Zo was het ook bij mij”, zegt Cuvelier. “Het was niet letterlijk dit, maar dat gevoel had ik ook. Het zal beginnen, als je 18 bent dan ben je weg.”

“Als ik zou weggaan uit West-Vlaanderen, is het niet naar een andere plek in België”, zegt Opbrouck. “Ik ben altijd zo veel weggeweest en ik vind de wereld zo klein geworden. Het is ook niet meer zoals vroeger. Onder de kerktoren, dat bestaat niet meer.”

Generatiekloof

Opbrouck en Cuvelier zijn van een verschillende generatie, maar zijn het wel eens over dit boek. “Ik vind sowieso dat er vroeger grotere kloven waren tussen generaties. En dit boek gaat over 3 generaties die bij elkaar worden gebracht”, zegt Opbrouck.

“Ik zie toch wel een aantal kloofjes in het boek”, aldus Cuvelier. “Ik heb het uit het perspectief van mijn generatie gelezen en ik merkte toch een aantal verschillen. Ik vind eigenlijk dat je bevlogen moet zijn als je jong bent. En ik kan niet zeggen dat mijn generatie altijd zo aanvoelt, blind naïef genoeg. Ik vind dat we soms niet genoeg geloven dat we de wereld kunnen veranderen, wat misschien ook niet zo is. Maar we moeten er op z’n minst in kunnen geloven.”

Herbeluister hieronder het gesprek in ‘Zomerhuis met boeken’:

Lees ook:

Radio 1 Select